2 april 2022
Waarom ben jij bang van mij? Waarom ben ik bang van jou?
Natuurlijk niet zo dat ik voor je weg loop, natuurlijk niet. Maar wel zo dat ik wel uit kijk om
jou alles te vertellen wat mij bezig houdt en jij wel uitkijkt om mij alles te vertellen wat jou
bezighoudt.
Wij mensen zijn bang van elkaar en dat willen we liever niet weten, maar het is wel zo.
Bedenk maar eens wat je wel en wat je niet met elkaar wilt bespreken. Vertel je die aardige
buurman, waar je elke dag vrolijk ’hallo’ tegen roept, wat je vindt van zijn lijf, of waarom je
niet wilt dat hij in je slaapkamer kijkt. Zeg je hem dat je zijn politieke voorkeuren abject
vindt of dat ie een foeleleijke fok van een neus heeft. Nee, dat doe je niet. Niet omdat het
niet kan, maar wel omdat je dat niet wilt. Je vreest de gevolgen, je vreest uiteindelijk hem.
Wij mensen hebben een dubbel bestaan, het bestaan als lotgenoten, als leden van de gemeenschap, als bevriende individuen als je wilt. En dan het bestaan als concurrenten, vijanden, omnivore roofdieren, moordzuchtige krijgers. We zijn die tweede natuur echt, al willen we dat niet weten.
Ooit , toen wij (Miek en ik) nog een stuk land bezaten waar we niks vanaf wisten, voorzagen we allerlei gevaren: bosbranden, roofdieren, verzuring van gronden, schimmelziekten, agressieve overheden, op alles waren we ingesteld. Behalve op dat ene waarop we ingesteld hadden moeten zijn: het roofdier mens, dat er vervolgens in slaagde ons bezit om zeep te brengen.
Dat kwaadaardige van de mens, dat was wat we nu net niet voorzagen.
Zo stupide zijn wij mensen dat we zelfs ontkennen dat we ontkennen. We zullen nooit
toegeven dat we niet willen weten dat wij mensen gevaarlijke en onbetrouwbare roofdieren
zijn. Elk normaal roofdier is eerlijker dan wij. Zet hen een mals diertje voor de snufferd en
het is in een mum van tijd in hun keel verdwenen, ze denken daar gen seconde over na. Zet
het voor onze neuzen, en we zullen eerst tijden gaan ontkennen dat we het aanvallen, en
vervolgens als we het aangevallen hebben, tijden gaan ontkennen dat we het opeten, en het
vervolgens opeten om daarna te ontkennen dat we het opgegeten hebben. Wij zijn vol
afschuw over onszelf, ‘besmuikt’ zoals ik laatst mijn liefste nicht uitlegde. We kijken liever
weg als we onze tanden in dat allerliefste kalfje zetten.
En die houding van gewilde en tegelijk ontkende schuld doortrekt heel ons leven, we willen en mogen niet weten dat we bestaan, want dat is toegeven dat het kwaad bestaat. Dat is wat je in brabantse families zo mooi ziet. Heeft een van de familieleden een moord gepleegd, dan is dat geen onderwerp voor de familiebijeenkomst. Daar gaat het over de thee laatst, de kleren voor de komende communie van een van de kinderen, etc , maar niet over het feit dat de oudste broer een andere broer om zeep hielp. Dat is niet familiefahig. Van het hele leven snijden we daar de helft af, de kwade helft, want die mag niet mee doen, die is teveel ‘ons’, dat ‘ons’ dat we moeten ontkennen, dat bij stilzwijgende overeenkomst in onze achterzak verdwijnt. De dubbelheid van ons bestaan is ondraaglijk, en daarom zwijgen we erover. Moeten erover zwijgen, mogen er niet over schrijven, en vooral niet publiceren.
Nou, fuck you, mooi wel.
test1
BeantwoordenVerwijderen