8 april 02
Feest. Wat betekent dat eigenlijk? In de ideologie die onze samenleving als werkelijkheid ziet moet ‘feest’ leuk zijn. Niet zoals een klein meisje dat zoetjes met haar pop speelt, of zoals jongetjes die voetballen samen, of zoals iemand lacht bij een cabaretvoorstelling. Nee, zoals feest wordt vereerd gaat dat om extase, uitbundigheid, gezamelijke lol, doen alsof je een bent en nu eens niet verdeeld. Feest is samenzijn zonder complicaties, is genot pur sang.
Toch??
Als ik op donderdagavonden en -nachten in mijn bedje lig geniet ik -er is maar enkel een raam dat me scheidt van de straat- verplicht mee als de clubs uitgaan en het publiek huiswaarts gaat. Dat is een langdurig proces over een tijdsverloop van wel 3 a 4 uur, totdat werkelijk de allerlaatsten zich naar het station slepen. De clubs, dat is toch feest, of in elk geval dat wat in de media wordt voorgeschreven als ‘feest’. Er is haast geen euforischer zin in het laaglands als ‘we gaan feesten’, waarbij dan iedereen gelukzalig in het verschiet kijkt. En ik hoor die feestvierders na het feest. De eersten zijn altijd groepjes, waarvan er altijd een is die als eerste naar huis wil. Die hebben hoorbaar lol, ze lachen en gieren en plagen elkaar, en stuiven door mijn straatje.
Dan komen de norsige types, kleine groepjes jongens, meestal helemaal of bijna helemaal
zonder meisjes. Die schreeuwen, zijn agressief, trappen overal tegen.
En daarna komen de paartjes. In het begin viel het me niet zo op. Ik geneerde me een
beetje, met mijn hoofd onder de dekens, dat ik hun intiemste gevoelens mee moest horen..
Je hoorde hun ruzie. Het meisje bijna altijd in tranen of bijna-tranen. Soms ook hysterisch
woedend. Een enkele keer helemaal uitzinnig ontploffend, krijsend en kennelijk aan hem
trekkend. Een stoet van triestige paartjes. Langzamerhand, na wat weken, leerde ik het
patroon begrijpen. De paartjes kwamen intens verscheurd van het ‘feest’. Ze waren uit
elkaar gespeeld, getergd, teleurgesteld, verlaten, en vooral allebei apart zo ontzettend
eenzaam. Het ‘feest’ dat zo leuk had moeten zijn had hun relatie akelig bloot gelegd, haar
fragiliteit bewezen. Feest werd deceptie, werd armoede, verlies van intimiteit, geschonden
vertrouwen.
Wat de hitsige sfeer van de clubs als feest belooft is het op scherp zetten van het oh zo kwetsbare tussen mensen. Die dunne draad die ons verbindt wordt als een slappe gitaarsnaar verkracht. De illusie van de beloofde euforie draait zich in zichzelf om, transformeert tot onderlinge afkeer, tot verwerpen van de afhankelijkheid van elkaar.
Feest is trekken aan de liefde, aan relaties, aan het goede tussen mensen. Feest is strijd, daarin gaat de liefde tenonder.
Reacties
Een reactie posten