Vrijdag 22 april 2022
Vrijheid van meningsuiting is op zichzelf niet van waarde. Als iedereen mag kwetteren wat hij wil, zegt dat niet veel omdat er wel eerst wat te kwetteren moet zijn. Het gaat om de vrijheid van meningsvorming. Wie zijn mening in vrijheid kan vormen heeft tenminste wat in te brengen, heeft een eigen bijdrage in het maatschappelijk debat. En het idee van democratie drijft op de vooronderstelling dat we allemaal ons een mening hebben kunnen vormen. Zou dat niet zo zijn, dan was er sprake van een werkelijk totalitaire dictatuur.
En kunnen we dat nu eigenlijk wel? Het vreemde in het zogeheten
democratische vrije westen is dat er eigenlijk nauwelijks debat is over die
vraag. Over meningsvormingsvrijheid wordt niet gepraat, en over de vrijheid
van meningsuiting , die noodzakelijke voorwaarde voor dat eerste begrip
omdat zonder informatie nu eenmaal geen mening te vormen is, eigenlijk ook
nauwelijks. Die laatste wordt stomweg verondersteld. Als er iets is dat unisono
opstijgt uit de kolommen van kranten en uit het gekwaak uit hilversum is dat
ze daar allemaal heilig overtuigd zijn van het bestaan van een algemene
vrijheid van meningsuiting.
Dat is gezien de historie eigenlijk merkwaardig. In de verfoeide
zuilensamenleving werd elke stroming in de samenleving zorgvuldig
gerepresenteerd in de media. Ieder geloof, iedere overtuiging had eigen
kranten en eigen omroepverenigingen en nog vele andere periodieken. Er was
op het einde van het zuilentijdperk veel discussie over die eigenheid, onder
meer onder de noemer ‘persconcentratie’ , dat als een gevaar werd gezien
wegens de aantasting van de diversiteit in het aanbod van meningen. Er was
zelfs sprake van de wenselijkheid van subsidiëring van mening uitende media
om alle stromingen wel aan het woord te laten blijven.
Maar een almachtige liberaal-conservatieve meerderheid in de tweede kamer
wilde daar niets van weten en beweerde dat er zoiets neutraals was als
objectieve feiten en objectieve nieuwsgaring (ook al was het in de vakpers
m.b.t. media al lang een uitgemaakte zaak dat zoiets niet bestond). Onder die
noemer van steriliteit van de feiten werd het legitiem geacht alleen die media
te laten voortbestaan die voor hun economie afhankelijk waren van de
subsidies in de vorm van advertenties van grote bedrijven, en die kregen
progressieve media uiteraard toen niet. De hele linkse pers verdween daarop.
En de overige pers werd inderdaad geconcentreerd in de handen van 2 liberale
mediabaronnen uit België, die vervolgens inderdaad gingen censureren, niet
zozeer door ingrepen in teksten als wel door ingrepen in het personeelsbeleid.
De soms als progressief aangeduide Volkskrant heeft daardoor nu een hoofdredacteur, pieter de klok geheten als ik me goed herinner, die verkondigt dat er objectieve feiten en objectieve kranten bestaan, iets wat dus al tientallen jaren door niemand in de vakpers meer wordt geloofd en in Nederland door o.m. Rob Wijnberg vanaf de oprichting van ’zijn’ Correspondent krachtdadig wordt bestreden. Natuurlijk is er wel wat weerstand. In de Belgische krant De Morgen, eigendom van diezelfde liberale baronnen, waar al jaren geleden een personeelszuivering de kritische elementen verwijderde, wordt door de overgebleven journalisten nog wel wat openlijk gesputterd. Maar in de Nederlandse plantages van deze mediabaronnen is dat niet het geval.
Maar ook in de audiovisuele media is er gesaneerd. Omdat daarin de macht van het bedrijfsleven gering was moest dat langs andere wegen. Ons parlement voerde eerst de macht van het bedrijfsleven in als factor door te commercialiseren, waardoor het model van dienstverlenend medium , zoals dat van de BBC, spoorslags werd afgevoerd. Vervolgens werden de omroepverenigingen onbekwaam verklaard in het programmeren en werden twee almachtige coördinatoren ingesteld die door het ministerie van algemene zaken benoemd worden, en was het daarmee gedaan met de mediaonafhankelijkheid van de opiniërende groepen.
De facto bestaat daardoor in nederland een uniforme bron voor meningsvorming, de liberale media, en zijn alle andere bronnen opgedroogd verklaard. Voor de vrije meningsvorming resteert nog maar 1 mening en 1 aanbod, precies zoals in de door de liberalen onvrij genoemde samenlevingen.
Nee, liberalen houden echt helemaal niet van vrije meningsvorming en doen er alles aan dat te beletten, en niet alleen door maatschappijleer in het onderwijs af te schaffen en geschiedenisonderwijs zoveel mogelijk te beperken.
Gelukkig dat er nog internet kwam. Maar daar houdt ons parlement zich intensief mee bezig, want ook daar wil men graag de deksel op sluiten.
Vrije meningsvorming?? Dat blijft undergroundwerk.
Reacties
Een reactie posten