11

 

 7-5-2022

Concepten zijn heel vreemde hybride wezens. Wij denken er dingelijk over, alsof het zaken zijn die bestaan en zo gepakt kunnen worden. Maar tegelijk weten we echt wel dat ze niet dingelijk zijn: je kunt er niet eens met je hand doorheen steken, ze zijn totaal niet materieel, niet grijpbaar. We gebruiken ‘concept’ als instrument, maar we kunnen eigenlijk niet omschrijven wat dat is.

De dikke Van Dale helpt mij uitzonderingsgewijze nu eens niet. Ze weet behalve de betekenis ‘een voorlopige formulering van een regeling, een wet, ...’ niets anders te zeggen dan dat er een tweede betekenis is die luidt:2.’een wijsgerig begrip’. Dat is bijna een tautologie: Een begrip ‘concept’ dat wordt uitgelegd door het een wijsgerig begrip te noemen. Het geeft wel aan hoe moeilijk het eigenlijk is om te bedenken wat een concept eigenlijk is, laat staan te bedenken wat het eigenlijk doet.

Toch heeft het Nederlands wel een soort synoniem ervoor dat de verdienste heeft duidelijk te maken waar we aan denken als we de term ‘concept’ gebruiken. Dat synoniem is het woord ‘denkbeeld’. Want een concept kunnen we zien als het beeld dat we van onze gedachten vormen. Als werkdefinitie kan die omschrijving even mee.

Over wat we doen met ‘concepten’ bestond er heel lang niet zoveel reflectie. Concepten kwamen, ze ontstonden als vanzelf, of werden -inderdaad vaak door filosofen- gemaakt om een gedachte neer te zetten. Het concept, annex denkbeeld, speelde als het ware een vanzelfsprekende rol in de omgang met onze gedachten. Dat werd pas anders door het werk van Canguilhem, de leermeester van Foucault. Met zijn baanbrekende studie naar de genese van pathologien maakte hij duidelijk dat iets een pathologie werd, niet zozeer omdat er een ziekte aan ten grondslag lag, maar, omgekeerd, dat mensen pathologien ontwierpen om zich daarmee te wapenen tegen verschijnselen die ze ongewenst vonden. Iets werd een ziekte omdat mensen ervan af wilden (niet fysiek, maar in het sociaal verkeer). Zo ontstond ook in later jaren Foucaults analyse van de waanzin als wapen om mensen in detentie te zetten buiten stadsmuren, omdat hun gedrag onwenselijk werd geacht. Het conceptualiseren van het ongewenste verschijnsel in de term ‘pathologie’

maakte de ziekte onschadelijk; ze werd daardoor afgescheiden van de normaliteit.

Het laat zien dat de ‘denkbeeldvorming’ ons wapen was tegen de vijand, ons instrument , dat we gebruikten om vat te krijgen op materie.

Als we de analyse van Canguilhem aanvaarden , moeten we eigenlijk ook de principes eronder aanvaarden. Conceptualiseren is een strijdprocede: hoe krijgen we onze omgeving onder controle. Norbert Elias liet dat ook mooi zien aan de hand van het concept ’civilisatie’. Dat bleek historisch gezien het etymologische wapen van de gegoede burgerij om zich af te scheiden van het gepeupel: wie met de vork at was wel oneindig verheven boven hen die alleen met de lepel en het mes aten. Beschaving, civilisatie, werd een strijdterm, een concept dat ons verdedigde.

Mooie analyses, zeker. Maar wees niet gerust. Want als ze waar zijn is er reden om meer concepten im Frage te stellen. Wat met het concept ‘vrijheid’, wat met het concept ‘waarheid’,, wat met het concept ‘politiek’.? Zouden daar ook historische veroordelingen in vervat liggen. Drukken we daarmee ook wat de duitsers zo mooi Bewalitigungsprozesse noemen uit? Daarvoor is veel historisch-analytisch onderzoek nodig dat tot de historische epistemologie moet worden gerekend. Veel werk grote taken. Maar toch, als we willen gaan begrijpen door dit zelfkritisch onderzoek wat we eigenlijk met onze opvattingen in cultuur en wetenschap aanrichten , dan is dat onderzoek noodzakelijk. Alleen zo kunnen we onze positie zuiveren van invloeden die met een nuchtere en afstandelijke kijk op zaken niets te maken hebben.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog